De cholesterol mythe- Cholesterol, niet je vijand, maar wel je vriend (deel 2)
We hebben in de vorige aflevering gezien dat cholesterol levensnoodzakelijk is. Hoe meer we ervan hebben, hoe meer we ervan blijken nodig te hebben: niet cholesterol maar homocysteïne blijkt de aanstoker van alle onheil. Deze keer gaan we zien waar precies het schoentje wringt en hebben we het over Homocysteïne, goede vetten en slechte vetten en oxycholesterol versus cholesterol.
Vanzelfsprekend moet de opname van cholesterol nauwkeurig gereguleerd worden in het lichaam. Anders kunnen er tekorten of overschotten aan cholesterol ontstaan en dat zou rampzalige consequenties voor het lichaam kunnen hebben. Met andere woorden, het lichaam heeft een regulatie systeem dat de hoeveelheid cholesterol in het lichaam constant probeert te houden. Er zijn drie manieren tot nu toe bekend: hoge concentraties cholesterol in cellen remt de productie van LDL receptoren. Aan de LDL receptoren bindt het LDL, zodat de cholesterol vrij kan komen als grondstof voor een hormoon of één van de andere functies. Minder LDL receptoren leidt dustot een overschot aan LDL in het bloed. Het slecht functioneren of het verminderen van het aantal LDL receptoren is waarschijnlijk een oorzaak van het ontstaan van arteriosclerose. Een ander mechanisme stimuleert een enzym met de bijna niet uit te spreken naam acyl-coenzym-A-cholesterolacyltransferase (ACAT). Dit enzym zorgt ervoor dat de vrije cholesterol chemisch gebonden wordt. De derde manier is een vermindering van de aanmaak van cholesterol door het lichaam zelf. Hierbij komen we gelijk aan bij een ander punt: ook het lichaam zelf produceert cholesterol! Sterker nog, driekwart van de cholesterol in ons lichaam wordt door de lever gemaakt en is dus niet afkomstig uit ons voedsel.
Zelf cholesterol aanmaken
Het menselijk lichaam is dus in staat zelf cholesterol aan te maken. Alle dieren kunnen dat, planten hebben dit vermogen niet. Dat is ook de reden dat plantaardige voedingsmiddelen nooit cholesterol bevatten. De mededeling, op sommige flessen plantaardige olie, "zonder cholesterol" is dan ook overbodig en zelfs belachelijk. Als het lichaam zelf cholesterol aan kan maken dan zit er ook een regelmechanisme aan de productie van cholesterol verbonden. Ook dit regelmechanisme probeert ervoor te zorgen dat er niet te weinig of juist teveel cholesterol in het lichaam komt. Teveel cholesterol wordt via de gal afgevoerd. Het mechanisme is veel veelzijdiger dan vaak wordt gedacht. Een grote opname van cholesterol via het voedsel resulteert in een verminderde cholesterol productie door het lichaam. Omgekeerd geldt ook: een lage opname van cholesterol via het voedsel resulteert in extra aanmaak van cholesterol in het lichaam. Het is bekend dat een cholesterolverlagend dieet effect heeft op de cholesterolspiegel in het bloed. De vraag is alleen hoe lang blijft de vermindering in stand. Uit een aantal onderzoeken is bekend dat na enkele maanden het cholesterolniveau weer op het oude niveau terug is. Het lijkt er op dat het lichaam een vast cholesterolgehalte in het bloed wil hebben. Het lichaam regelt steeds naar een bepaald percentage toe. Men kan zich terecht afvragen of een cholesterolverlagend dieet op termijn wel enig effect heeft?
Onderzoek
Het onderzoek naar effecten van cholesterolverlagende medicijnen/ voedsel of de werking van de cholesterol stofwisseling en de vele factoren die daar een invloed op hebben, is een complexe materie. Er zijn grote groepen mensen voor nodig die allemaal een eigen (lees: verschillende) levensstijl hebben (mate van inspanning, type eten, stress baan, etc.). Bovendien moet een dergelijk onderzoek vele jaren achter elkaar volgehouden worden om enigszins betrouwbare uitspraken te kunnen doen. Factoren constant houden is onmogelijk bij dit soort onderzoeken en dat geeft deels een verklaring voor het feit dat er zoveel onderzoeken zijn die elkaar lijken tegen te spreken. Conclusies uit dergelijke grootschalige en peperdure onderzoeken zijn dan ook alleen te trekken met behulp van statistiek en de industrie (geld). Statistiek heeft een groot nadeel en dat is dat de uitslag op vele manieren geïnterpreteerd kan worden met alle gevolgen van dien. Dit verklaart ook waarom er na zoveel jaren van onderzoek nog zo weinig echt definitief bekend is. Het is vaak een kwestie van waarschijnlijk zus of waarschijnlijk zo, maar zelden is iets onomstotelijk vastgesteld.
Ideale Cholesterolgehalte
Een veel gestelde vraag aan de huisarts is hoe hoog het cholesterol percentage in het bloed mag zijn. Vaak grijpt de huisarts terug op het standaardtabelletje dat door allerlei instanties als heilig wordt beschouwd. Vreemd is dat de cholesterolgrenzen wereldwijd niet gelijk zijn. In de VS liggen de grenzen veel lager dan bijvoorbeeld in West Europa. Bovendien wordt vaak de stelregel gehanteerd dat elke daling van een halve mmol cholesterol per liter bloed, de kans met 17% verkleint om aan een hartaandoening te overlijden. Uiteraard is deze grens niet voor honderd procent door te trekken. Er is namelijk ook een ondergrens. Zonder cholesterol blijven we namelijk ook niet lang leven. Het is dus een kwestie dat resultaten niet voor iedeeen hetzelfde zijn.
Totaal cholesterol in bloed (mmol/l)
Indicatie:
5.0 Gewenst
5 - 6.5 Licht verhoogd
6.5 - 8.0 Verhoogd
>8.0 Sterk verhoogd
Totaal cholesterol gehaltes in bloed zoals deze geadviseerd worden door allerlei instanties zeggen eigenlijk niet zoveel!
Cholesterolgrenzen zijn dan ook geen absolute waarden zoals het tabelletje suggereert. Een niet rokende vrouw die regelmatig voldoende lichaamsbeweging heeft en gezond eet, kan best 8 mmol cholesterol/liter bloed hebben zonder een verhoogd risico. Omgekeerd geldt dat ook een stevig rokende man die vrijwel geen lichaamsbeweging heeft, bovendien veel te vet eet en ook nog eens last heeft van twintig kilo overgewicht, met 5 mmol cholesterol per liter bloed al tot de risicogroep kan behoren. Kortom, levensstijl speelt een belangrijke rol bij de cholesterolgrenzen die voor iedereen anders zullen zijn. Uiteraard betekent dit niet dat de cholesterolgrenzen onbeperkt hoog mogen zijn. Om het cholesterolgehalte te beïnvloeden zijn in de loop van de jaren veel huis, tuin- en keukenmiddeltjes de revue gepasseerd.
Homocysteïne
Is cholesterol wel de schuldige? Een nieuwere theorie is de homocysteïne theorie. Langzaam maar zeker moeten steeds meer wetenschappers toegeven dat de homocysteïne theorie een veel betere verklaring geeft voor het ontstaan van veel hart- en vaatziekten dan de cholesterol hype. Daarmee is zeker niet gezegd dat cholesterol (in de vorm van oxycholesterol?) geen bijdrage levert aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. Waarschijnlijk gaat hetom een optelsom van een aantal factoren. Maar feit is dat een heleboel gevallen van hart- en vaatziekten alleen met de cholesterol theorie niet zijn te verklaren. Eén van die opmerkelijke constateringen is dat veel mensen die lijden aan hart- en vaatziekten helemaal geen verhoogd cholesterolgehalte in het bloed hebben. Ook vanuit andere gezichtspunten kunnen vraagtekens gezet worden bij de algemene geldigheid van de theorie dat cholesterol de hoofdschuldige is in het hart- en vaatziekte verhaal. Veel volkeren over de hele wereld krijgen via het eten veel meer cholesterol binnen dan de gemiddelde West Europeaan, terwijl het aantal hart- en vaatziekten bij die volkeren verwaarloosbaar klein is! Met andere woorden: het lijkt er op dat er nog iets anders in het spel is dan cholesterol alleen.
Homocysteïne theorie
De homocysteïne theorie geeft op een aantal vragen een duidelijk antwoord. Bijvoorbeeld veel mensen die aan hart- en vaatziekten lijden hebben wel een verhoogd gehalte aan homocysteïne in het bloed. Homocysteïne is een aminozuur dat ervoor zorgt dat de gladde spiercellen zoals die in bloedvaten voorkomen gaan groeien en harder en dikker worden. Bovendien speelt homocysteïne een rol bij de oxidatieprocessen in cellen. Homocysteïne veroorzaakt een ophoping van vrije radicalen. Normaal worden die door anti-oxidanten weggevangen. Een tekort aan anti-oxidanten in het lichaam of een excessieve toename van homocysteïne resulteert in veel meer vrije radicalen die kunnen reageren met cholesterol tot het inmiddels bekende oxycholesterol. Het oxycholesterol plakt gemakkelijk aan de beschadigde bloedvaten en vormt dan zogenaamde plaques.
Wat is homocysteïne?
Homocysteïne is een zwavelhoudend aminozuur. Homocysteïne is een stof die ontstaat tijdens de normale stofwisseling. Homocysteïne wordt gevormd uit het aminozuur methionine. Op drie manieren kan homocysteïne weer afgebroken worden tot andere onschadelijke stoffen. Essentieel zijn daarbij de vitamine van het B type en de benodigde enzymen. Op deze manier valt de cholesteroltheorie en de homocysteïne theorie te combineren tot een betere verklaring voor een groot aantal hart- en vaatziekten. Dus mensen daarom is het nemen van extra vitaminen en mineralen geen overbodige luxe. In onze voeding hadden we vroeger veel meer vitaminen, mineralen, sporenelementen en goede vetten zoals visvet. Cocosvetten zijn heel goede vetten, misschien wel een ideale vervanger van margarines. Enerzijds is het heel belangrijk dat je transvetzuren uit koekjes en andere bakproducten vermijdt en anderzijds dat je extra vitamines in het bijzonder vitamine C, E en vitamines van het B type inneemt. Een goede B supplement is tevens van belang als je veel stress hebt. En stress is zoals u weet nefast als je reeds hoge cholesterol waardes hebt. Neem goede kwaliteit van vetten in zoals Omega 3-6-9 olie (Udo's Choice) of cocosvetten van Amanprana of Nataos; ze zijn van uitstekende kwaliteit.
Waar komt homocysteïne vandaan?
Een belangrijke vraag is natuurlijk hoe homocysteïne in ons lichaam komt? Om te beginnen een gemiddeld persoon heeft 8-12 micromol homocysteïne in zijn of haar bloed. Men vermoedt dat een verhoging van homocysteïne ontstaat door een onbalans in het eten tussen de hoeveelheid methionine en vitamine B. Methionine is afkomstig uit eiwitrijk voedsel zoals onder andere vlees. Dus teveel vlees eten verhoogt de hoeveelheid methionine. Op zich hoeft dat geen probleem te zijn. Aan vlees zitten ook gezonde kanten. Er zijn hier drie typen vitamine B betrokken: vitamine B6, vitamine B12 en foliumzuur. De vitamine B zorgen ervoor dat homocysteïne afgebroken wordt. Voldoende inname van de drie typen vitamine B is dus belangrijk. Waarschijnlijk is er ook nog een erfelijke factor in het spel. Echte bewijzen zijn er nog niet voor. Bovendien zit aan het homocysteïne verhaal ook nog een leeftijdsaspect. Mensen van boven de 60 jaar hebben vaak een verhoogd homocysteïne gehalte in het bloed. Bovendien verhoogt het gehalte homocysteïne elke tien jaar met 1 micromol per liter voor mensen boven de zestig. Dit komt omdat deze mensen vaak minder gaan eten, tegelijk met een verminderde efficiency van de opname van o.a. de vitamines B. Vitamine B komt veel in hele granen, noten, vis en zaden voor. Naast deze factoren spelen verschillende hormonen ook nog eens een rol; zo is het bekend dat vrouwen voor de menopauze een homocysteïnegehalte gemiddeld van 6-10 mmol/l hebben. Mannen van dezelfde leeftijd 8-12 mmol/l. Na de menopauze stijgt het gehalte homocysteïne bij vrouwen tot een gelijke waarde als bij mannen.
Oxycholesterol versus cholesterol
Uit voorgaande is duidelijk dat het nog maar de vraag is wat de juiste hoeveelheid cholesterol is. Eigenlijk is zelfs nog nooit onomstotelijk bewezen dat cholesterol de hoofdschuldige is. Veel mensen (ook binnen de medische wereld) halen cholesterol en oxycholesterol - twee vormen van cholesterol - vaak door elkaar. Dat komt omdat veel mensen het gevaar van oxidatie niet kennen. Een oxidatiereactie is een reactie van een stofje met zuurstof. Ook cholesterol kan reageren met zuurstof, er ontstaat dan oxycholesterol. Oxycholesterol is een giftige stof voor ons lichaam. Niet alleen het cholesterol kan oxideren, ook de verpakking van cholesterol in de bloedbaan kan oxideren. Er ontstaat het zogenaamde oxidatieve LDL (o-LDL). O-LDL is na analyses van plaques in de aderen teruggevonden. Verschillende andere proeven laten ook zien dat toevoegen van oxycholesterol aan het eten een toename van het aantal plaques in de aderen veroorzaakt. En dus een hogere kans op een hartinfarct als gevolg van het dichtslibben van de aderen. Oxycholesterol kan ontstaan door oxidatie van cholesterol in het lichaam. Sommige onderzoekers denken dat een tekort aan anti-oxidanten zoals bijvoorbeeld vitamine C en vitamine E er voor zorgt dat er meer oxycholesterol in het lichaam wordt gevormd. Een anti-oxidant vangt het zuurstof weg voordat het kan reageren met andere stofjes (bijv. cholesterol). Een andere manier die veel minder vaak gehoord wordt, is dat oxycholesterol via het eten binnen wordt gekregen.
Moderne productiemethoden
Oxidatie van cholesterol kan ook buiten het lichaam gebeuren. Eipoeder wordt bijvoorbeeld gemaakt door eigeel te sproeidrogen. Sproeidrogen is een techniek waarbij het water uit het eigeel verdampt en droge stof overblijft. Tijdens het sproeidrogen komt het eigeel intensief in aanraking met lucht en dus ook met zuurstof. Het is bekend dat gesproeidroogd eigeel hogere gehaltes oxycholesterol bevat dan vers eigeel. Gesproeidroogd eigeel wordt in heel veel levensmiddelen toegepast met name de kant en klaar maaltijden bevatten soms grote hoeveelheden gesproeidroogd eigeel. Maar ook veel koekjes worden met gesproeidroogd eigeel gemaakt. Een grootschalig onderzoek naar het verband tussen kant en klaar maaltijden (of andere producten met veel oxycholesterol), het gehalte oxycholesterol en arteriosclerose is zo langzamerhand op zijn plaats!
De rol van statines
Naast deze min of meer alledaagse cholesterolverlagers zijn er ook nog de cholesterolverlagers die door de farmaceutische industrie ontwikkeld zijn. Cholesterolverlagers kunnen in twee groepen verdeeld worden:
1. onoplosbare poeders die galzuren in de darmen bindt en met de ontlasting afvoeren. Dit soort middelen wordt bijna niet meer gebruikt (bijwerkingen) en worden ook door de Wereld Gezondheids Organisatie sterk afgeraden. Alleen bij hoge uitzondering wordt het middel in Nederland nog voorgeschreven;
2. veel vaker worden statines gebruikt als cholesterolverlager vooral bij mensen na een hartinfarct.
Statines zijn stofjes die ingrijpen in de cholesterolsynthese van de lever. Om precies te zijn: ze remmen een enzym in de cholesterolsynthese (voor de liefhebber: HMG CoA reductase). Met andere woorden: statines verminderen de productie van cholesterol door het lichaam. Het effect van statines kan dan ook volledig tenietgedaan worden door het eten van veel verzadigd vet met cholesterol. In juli van dit jaar bracht de Gezondheidsraad een verslag uit waarin een heleboel onderzoeken over statines op een hoop is geveegd. Feit waaraan de Gezondheidsraad nogal snel aan voorbijgaat is dat cholesterolverlagende middelen ook een keerzijde kennen.
Bijwerkingen
Het gebruik van statines zou met een veel grotere voorzichtigheid voorgeschreven moeten worden dan nu het geval is. Voor de industrie zijn dit soort middelen goudmijntjes: het betekent namelijk jarenlang omzet. In het rapport van de gezondheidsraad wordt enigszins laconiek over de mogelijke bijwerkingen gesproken. Maar de producent adviseert niet voor niets om iedere 4 tot 6 weken bloed te laten prikken om te zien of de lever het allemaal nog wel kan trekken. Daarmee is het lijstje van mogelijke bijwerkingen nog lang niet compleet. Op klachten als spierslapte, spierontstekingen, moeheid, hoofdpijn en darmklachten zit natuurlijk ook niemand te wachten. Ook een proefje met honden waarbij werd gevonden dat statines cataract (staar) veroorzaakt, zijn niet bepaald geruststellend. Daarmee is niet gezegd dat dat bij mensen ook het geval is, maar het geeft wel te denken. Het middel is nog heel nieuw. Zo is het moeilijk om uitspraken te doen over de govolgen op de lange termijn, maar dat wil niet zeggen dat ze er niet zijn. Voorzichtigheid met voorschrijven van statines zou het devies van de huisartsen moeten zijn. En zeker bij een iets verhoogd cholesterolgehalte zou een aanpassing van de levensstijl (meer bewegen, afvallen, etc.) een veel betere oplossing zijn dan het standaard voorschrijven van statines.
De volgende keer gaan we dieper in op het effect van bepaalde voedingsgewoonten op het cholesterolgehalte.
Wordt vervolgd.

Biofood
Our Daily Life
Home & Living
Wonderen der Natuur
De Psychonaut
Wellness
Sport & Fitness
Interviews
Food +
Travel & Toerism
The Body Factory
Filip Muylle
Daniëlla Sloots
Sophie van Baarsen
Frank Fol
Geert Verhelst
Jethro Philips
Paul Liekens
Christine Pannebakker
Nicola Kersting
Bernard Lietaer
Alain Indria
Eric Pearl
Winiefred Van Killegem
Ervin Lazlo
Volkskrant 14 januari 2012: De Huilbabypoli...Een reactie van Janita Venema
Tom Monte over angst helen
Kunst voor Kinderen
1 oktober 2011: Wereld Vegetarisme Dag
OXFAM TRAILWALKER, 4de SUCCES OP RIJ
Nieuwsbrief van vzw Within-Without-Walls in 2012
