Duiken: De diepte in
De meeste bronnen over duikers staan in verband met zeeoorlogen. Zo schreef Herodotos, een Griekse geschiedschrijver die leefde van 484 tot 425 voor Christus: Tijdens een zeeoorlog werd de Griek Scyllias op een schip gevangen gezet door de Perzische koning Xerxes I. Toen Scyllias vernam dat Xerxes een Griekse vloot ging aanvallen, kon hij een mes buitmaken en overboord springen. De Perzen dachten dat hij verdronken was. ‘s Nachts kwam Scyllias echter boven water en sneed alle ankertrossen van de Perzische schepen door. Hij had een rietstengel als snorkel gebruikt om onopgemerkt te blijven. Tijdens de Renaissance beschreef Leonardo da Vinci in zijn Atlantische Codex (Biblioteca Ambrosiana, Milaan) enkele systemen, die in gebruik waren om kunstmatig onder water te kunnen ademen. Details gaf hij niet, om “ongure types niet op ideeën te brengen”. Dat was niet zo’n rare gedachte: duiken werd in die tijd voornamelijk gebruikt in oorlogen en ook wel om verloren schatten op te duiken. Pas in de negentiende eeuw ontwikkelden de gebroeders Deane een echt duikpak met een duikhelm, dat helaas afhankelijk was van een luchtpomp aan de oppervlakte. B. Rouquayrol en A. Denayrouze ontwikkelden echter kort daarna het eerste SCUBA (selfcontained underwater breathing apparatus)-apparaat waarmee men ongeveer een half uur onder water kon blijven en tot een diepte van 30 meter kon gaan. Zij gebruikten ook als eersten een duikfles. Duiken geeft ons een heerlijk gevoel van gewichtloosheid en vervult in zekere zin het eeuwenoude verlangen van de mens om te vliegen.Daarnaast is duiken ook een groot avontuur, waarbij een fascinerende wereld ontsloten wordt van dolfijnen en walvissen, zeeschildpadden, koraalriffen en andere zeebewoners in de meest oogverblindende kleuren en vormen. Wie eens kennis gemaakt heeft met de wereld onder water, zal wensen dat deze pracht behouden kan blijven voor nog vele komende generaties.
Om te leren duiken heb je begeleiding van een professionele duikinstructeur nodig. Het belangrijkste is bovendien, dat je op het eind van je opleiding bij een duikschool een internationaal erkend duikbrevet krijgt. Voor beginnende duikers is het aanbod vaak heel verwarrend; er zijn veel verschillende duikorganisaties en elke duiker wilt natuurlijk de juiste opleiding volgen. Stel veel vragen: hoeveel duikinstructeurs en duikscholen zijn er in België en wereldwijd aangesloten bij de organisatie? Hoe lang bestaat de organisatie al? Wordt de opleiding door de grote organisaties zoals PADI en CMAS geaccepteerd? Na het behalen van het eerste internationaal erkende brevet, PADI Open Water Diver, CMAS 1-sters, NAUI Scuba Diver, SSI Open Water Diver etc. is het vaak mogelijk het volgende niveau naar wens bij een andere organisatie te volgen.
Duikopleiding vereist
De duikopleiding is op de volgend wijze onderverdeeld: een zwembadtraining (4 of 5 modulen), een theoriegedeelte en een buitenwatertraining, die in zee of in een meer gegeven wordt (ongeveer 5 buitenwaterduiken). Het afsluiten van de individuele onderdelen worden door de duikinstructeur in het logboek en op speciale formulieren ingevuld en ondertekend. Op die manier kan de opleiding, afhankelijk van de organisatie, in verschillende stappen of zelfs in het buitenland gevolgd worden. Als de cursus met succes is afgesloten, wordt dat aan de duikorganisatie gemeld en de duiker wordt daar vervolgens geregistreerd. Dan krijgt hij zijn felbegeerde duikbrevet; een plastic kaartje op creditcard formaat, waarop het niveau staat vermeld. In het logboek, dat de cursist meestal al tijdens de opleiding krijgt, worden alle duiken opgetekend, zodat het boek als bewijs van ervaring kan dienen. Ook al is duiken geen prestatiesport, een zekere mate van conditie is wel nodig om je met je apparatuur zowel boven als onder water voort te kunnen bewegen. Om te weten of je aan de gezondheidseisen voldoet, moet je bij een arts of sportmedisch adviescentrum een keuring aanvragen. Op de site van de Nederlandse vereniging voor Duikgeneeskunde (www.duikgeneeskunde.nl) is een lijst van meer gespecialiseerde keuringsartsen te vinden. Het is een voordeel als je voor het begin van een duikcursus al wat snorkellervaring hebt. Als je eenmaal een duikbrevet hebt, kun je je op verschillende duikgebieden specialiseren, zoals stroomduiken, wrakduiken, grotduiken of nachtduiken. Een heel geliefde bezigheid van veel ervaren duikers is de onderwaterfotografie en videografie.
Belangrijkste duikattributen
Bij snelle drukveranderingen, zoals bij vliegen en duiken worden wij ons pijnlijk bewust van de aanwezigheid van drukverschil, bv in onze oren. Daarom is het belangrijk om zo vroeg mogelijk met klaren; het opheffen van het drukverschil, te beginnen. Zo kun je proberen te slikken, of de tong optillen en naar achter strekken, terwijl je de kaken beweegt. Om het de duiker mogelijk te maken zich zo goed mogelijk aan de onderwaterwereld aan te passen, zodat hij er kan zien, ademhalen en bewegen, heeft hij een speciale uitrusting nodig. Een opsomming van de belangrijkste attributen:
Het duikmasker: geeft de duiker de mogelijkheid om scherp te kunnen zien onder water.
Snorkel: zonder snorkel moeten we steeds het hoofd optillen om te ademen en worden we heel snel moe. De snorkel mag niet te kort, maar ook niet te lang zijn. Als hij te lang is, kan dat tot een longbeschadiging leiden, door het drukverschil tussen de longen van de snorkelaar die diep in het water ligt en de oppervlakte.
De vinnen: zorgenervoor dat we ons tijdens het duiken ondanks de verhoogde waterweerstand toch snel kunnen voortbewegen. Er zijn zwembadvinnen en buitenwatervinnen.
Ademautomaten: Als je langer onder water wilt blijven zonder steeds weer naar de oppervlakte te moeten gaan, dan heb je een duikset nodig. Een duiker moet lucht inademen die gelijk is aan de omgevingsdruk, om longbeschadiging door drukverschil te vermijden.
Duikflessen: of persluchtflessen worden voor het sportduiken over het algemeen van staal of aluminium gemaakt. Alle duikflessen zijn hogedrukcontainers. De gangbare maten voor duik-luchtflessen lopen van 4 tot 15 liter.
Gewichtsystemen: duikershebben lood nodig, om de opwaartse kracht, die veroorzaakt wordt door de apparatuur en het lichaam, op te heffen. Het meest gebruikt is de loodgordel, een stevige geweven nylon band met een gesp.
Duikpak: dient zowel als bescherming tegen de kou, als om bescherming te bieden tegen verwondingen. Het meest gebruikte materiaal is neopropeen.
Trimjack: maakt het de duiker mogelijk om onder water een toestand van gewichtloosheid te bereiken. Dit heet ook neutraal uitgetrimd zijn. Het negatieve drijfvermogen dat toeneemt naarmate je dieper gaat, wordt ermee opgeheven. Ze dient tevens als drijfhulp en om aan de oppervlakte uit te rusten. Verder zijn een duikhorloge (om de duiktijd, opstijgtijd en decompressietijd te meten en controleren), kompas, kappen en handschoenen (als bescherming tegen kou) en compressoren (om duikflessen mee te vullen) ook zeer nuttig. In principe is duiken een heel veilige sport. Het plotseling weigeren van de apparatuur komt tegenwoordig, met de moderne materialen en technieken, nog zelden voor. Ongevallen ontstaan eerder door onzekerheid van de duiker door gebrekkige of onvoldoende training. Ook het gebruiken van een kapotte of niet passende duikuitrusting is een risicofactor, evenals bijv. uitdroging, door niet voldoende water te drinken. Voor én na de duik.
De praktijk
Reeds bij de planning van de duik moet je nadenken over de manier waarop je de minste invloed uitoefent op de duikomgeving. Maak bv bij het te water gaan, zoveel mogelijk gebruik van bestaande faciliteiten, zoals steigers, platformen en badstranden. Stoor tijdens het duiken geen slapende vissen of vissen in winterrust. Door ze aan te raken, vooral met handschoenen aan, wordt de gevoelige slijmlaag beschadigd, waardoor infecties en schimmelziekten kunnen optreden. Bij de meeste duiksportorganisaties begint de opleiding met het spelenderwijs omgaan met de snorkeluitrusting, als optimale voorbereiding op het duiken met flessen. De basis voor juist afdalen en opstijgen, te water gaan en het water verlaten, het masker leegblazen en zelfs buddybreathing, kan prima met snorkeluitrusting geleerd worden. In principe geldt: plan je duik en duik je plan. Elke afwijking van het oorspronkelijke plan is een risicofactor. Waar ga je duiken? Mag je daar eigenlijk duiken? Aan welke eisen moet je voldoen om daar te mogen duiken? Wanneer ga je er duiken, moeten we rekening houden met getijden? Wat is het duikdoel? Wil je gewoon oefenen of ga je fotograferen of filmen of wil je nieuwe gebieden verkennen? Wie gaat ermee? Zijn alle duikers die je kent voldoende opgeleid en fit genoeg? Welke uitrusting is er nodig? Wat voor pak heb je nodig, welke extra uitrusting en hoeveel flessen in welke maten? Kun je ter plaatse apparatuur huren, is er een vulstation? Duiken is geen goedkope sport en het is heel belangrijk om een gedegen opleiding te volgen. Zijn die eerste stappen eenmaal gezet, dan is het duiken in onderwaterwerelden over de hele wereld vaak een liefde voor het liefde. Ben je nieuwsgierig geworden?
Op de website van de CMAS: www. cmas2000.org, kun je alle duikorganisaties bekijken die per land zijn aangesloten bij de CMAS. Vanuit deze site zijn er links naar de sites van de landelijke organisaties in NL (NOB) en B (NELOS) Overige internationaal erkende duikorganisaties: PADI: www.padi.com, NAUI: www.naui.ch en SSI: www.ssi.com
Tekst: Daniëlla Sloots

Biofood
Our Daily Life
Home & Living
Wonderen der Natuur
De Psychonaut
Wellness
Sport & Fitness
Interviews
Food +
Travel & Toerism
The Body Factory
Filip Muylle
Daniëlla Sloots
Sophie van Baarsen
Frank Fol
Geert Verhelst
Jethro Philips
Paul Liekens
Christine Pannebakker
Nicola Kersting
Bernard Lietaer
Alain Indria
Eric Pearl
Winiefred Van Killegem
Ervin Lazlo
Volkskrant 14 januari 2012: De Huilbabypoli...Een reactie van Janita Venema
Tom Monte over angst helen
Kunst voor Kinderen
1 oktober 2011: Wereld Vegetarisme Dag
OXFAM TRAILWALKER, 4de SUCCES OP RIJ
Nieuwsbrief van vzw Within-Without-Walls in 2012
