Judo met Sofie De Saedelaere
Judo is een van oorsprong Japanse vechtsport die eind 19e eeuw door Jigoro Kano is ontworpen. Het woord betekent 'zachte weg'. Kano had bij het ontwerpen van de sport namelijk ook nadrukkelijk een training van de geest voor ogen. 'Maximale effectivieit met minimale inzet en 'wederzijds profijt en welbevinden' zijn twee kernbegrippen. De kracht van de tegenstander wordt gebruikt om hem ten val te brengen. Spelers dienen vervolgens ook respect te hebben voor zichzelf en anderen. Bij het beoefenen van het judo leer je samen te werken en zonder
tegenstander kan men de sport niet leren. Judo is gebaseerd op oudere verdedigingskunsten zoals jiujitsu en gebruikt verscheidene rituelen. Zo beginnen de judolessen in geknielde houding, waarbij de leraar tegenover de rij leerlingen zit en ze op commando rei (groeten) ceremonieel naar elkaar buigen om wederzijds respect uit te drukken.
In de judopraktijk wordt onderscheid gemaakt tussen de staande technieken (tachi-waza) en het grondgevecht (newaza). Je kunt je tegenstander werpen (nage-waza), insluiten (katame-waza) of aanvallen op het lichaam (atemi-waza). De technieken zijn erop gericht de tegenstander buiten gevecht te stellen zonder hem te verwonden. Doel is om de tegenstander in volle vaart plat op de rug te gooien, dan is het gevecht direct afgelopen en geeft de scheidsrechter hiervoor 'ippon'.
Graduatiesysteem van judo
Het 'uniform' van een judoka bestaat uit een witte katoenen broek, de 'zubon' en een jasje (kimono) die door een band (obi) bijeen wordt gehouden. De kleur van de band geeft de graad van gevorderdheid aan. Je begint met wit, waarna geel, oranje, groen, blauw, bruin en zwart volgen. Dit worden ook wel de kyu-graden genoemd, die van hoog naar laag genummerd zijn. Een hoge graad heeft een laag nummer. Na de kyu's volgen de dan-graden. Daarvan zijn er 10. In de hele wereld zijn er slechts 17 judoka's aan wie de 10e dan is toegekend. Enkel Anton Geesink (NL) en Charles Palmer (GB) zijn 10e dan judoka's die niet-japans zijn...
Jonge olympische belofte
De jonge Vlaamse judoka Sofie de Saedelaere (18) geldt momenteel als een grote belofte binnen de judo wereld. In het vierde middelbaar is ze naar de topsportschool gegaan. De norm om daar toegelaten te worden is, dat je minimaal één medaille van het Belgisch Kampioenschap moet hebben behaald. Sofie zit in het Be Gold-project. Die bestaat uit een selecte groep judoka's die zich voorbereiden op de Olympische Spelen van 2012 en 2016. Bedoeling is dat ze tegen die periode tot de top acht van de wereld behoren. Momenteel is Sofie in het bezit van de 'tweede dan' , een specifieke graad binnen de zwarte band.
Sofie: "Het is niet zeker dat ik ook daadwerkelijk aan de Spelen mee zal doen. In de tussentijd moet ik medailles halen. Er wordt gewerkt met een puntensysteem over gans Europa. Bij de meisjes moet je uiteindelijk bij de eerste vijf zitten, bij de jongens bij de eerste vier."
Bliss: Wordt je speciaal begeleid?
Ja, we hebben extra stages in binnen-en buitenland. Als je dan eens een uitschuiver maakt fungeert het 'Be Gold'-project als een valscherm. Het is een flexibele groep. Als je hard werkt en goed presteert, raak je niet zo snel buiten de groep.
Bliss: Wat doe je momenteel?
Op het moment kan ik niet trainen vanwege een blessure: een ontsteking in de lies. Daardoor zijn de laatste kampioenschappen waarvoor ik uitkwam ook wat tegengevallen. Ik moet het nu noodgedwongen even rustig aandoen. Op school krijg ik nu begeleiding van een kinesist en een arts, die me oefeningen geven. Normaal heb ik op maandag, woensdag en vrijdag krachttraining. Op dinsdag en donderdag staat (hard)lopen op het programma. We maken onderscheid tussen 'groene' -en 'rode' uren. De 'groene' uren zijn niet verplicht, de 'rode' wel. Als er geen kampioenschappen of toernooien zijn op korte termijn, dan maken trainers wel gebruik van de 'groene' uren, anders is er sprake van zelfstudie thuis, na de training. Er worden door de Vlaamse judofederatie ook extra regionale en nationale trainingen gegeven op verschillende locaties. In Nazareth, Brussel, Etterbeek, Zele etc. In principe train ik zo'n 25 uur per week.
Houd jij je aan een speciaal dieet?
Ik eet geen gefrituurde dingen. Ik eet wél veel koolhydraten, volkorenbrood, veel groenten, couscous, pasta, rijst...en vlees en vis met weinig vet. Normaal weeg ik rond de 70 kg, maar ik vecht in de gewichtsklasse - 70kg. Ik moet dus wel een beetje oppassen. In het verleden heb ik nog een tijdje gevochten in de categorie tot 63 kg. en dan kwam het voor dat ik bv. 68 kg. woog. Dan moest ik soms in een week vijf kg. eraf trainen. Dat is echt afzien. Stel dat er op zaterdag een toernooi was. Dan stopte ik woensdag met drinken, ik ging veel lopen met een plastic zak op mijn naakte vel, zodat ik veel zweette. Dat was uiteraard niet zo gezond, maar ik had soms geen keuze. ik ben blij dat ik daar nu vanaf ben.
Mis je het 'gewone leven' ?
Ik probeer wel contact te houden met mensen van vroeger, maar ik ga toch voornamelijk om met judoka's en andere sporters. Voor de rest vallen de verschillen wel mee: op stages bv. gaan wij ook heus wel eens uit. Maar dit is wel iets waar ik voor wil gaan. Toch twijfel ik momenteel wel een beetje wat het belangrijkste is: studie of sport. Ik moet ook aan later denken en met judo zal ik niet veel kunnen verdienen. Dierenarts is al van jongsaf aan een droom. Ook journalistiek spreekt me aan. Op papier is de combi sport en studie wel te combineren, maar in de praktijk valt dat niet mee. Als je afgestudeerd bent, kun je een contract krijgen die door Bloso betaald wordt. Dat is de sportadministratie van de Vlaamse Gemeenschap, zeg maar. (Blosois de afkorting van: agentschap voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie) Je wordt dan betaald naar je diploma. De buitenlandse stages worden overigens door de judofederatie betaald.
Hoe is jouw talent ontdekt?
Mijn ouders judoën ook allebei, dus het lag voor de hand dat ik deze sport ook zou gaan doen. Ik werd dus rond mijn achtste jaar lid van een club en was in het begin vooral erg speels. Gaandeweg werd ik toch wat serieuzer en begon voor de grap mee te doen aan regionale, provinciale en uiteindelijk Belgische kampioenschappen. Ik was toen een jaar of 11, 12. Op een dag kwam er een voor mij onbekende man naar me toe, die vroeg hoe ik het zou vinden om op stages naar het buitenland te gaan. Die man bleek Robert van de Walle te zijn, een absoluut icoon binnen de judowereld! Ik was ongelooflijk blij en ben daar uiteraard op ingegaan. Zo is het begonnen.
Heb je ook voorbeelden?
Ja, Ulla Werbrouck vind ik enorm sympathiek. Ik ken haar persoonlijk van verschillende stages. Zij heeft nog olympisch goud gewonnen in 1996 in Atlanta.
Heb je een persoonlijke trainer?
Nee, die mogelijkheid heb ik eigenlijk ook nog niet. Als ik met de federatie op stage naar het buitenland ga, dan wordt er van je verwacht dat de trainers van de federatie je begeleiden en coachen. Daar zitten bekwame trainers tussen. Maar die speciale band tussen persoonlijke trainer en sporter geeft net dat beetje extra. Er moet een klik zijn en tot nu toe heb ik die persoon nog niet gevonden. Nu is het zo dat als er verschillende partijen tegelijkertijd gevochten worden, de trainers heen en weer lopen. Ze zijn dus niet gefocust op één persoon of één partij. Een mental couch zou eigenlijk ideaal zijn. Die geeft energie en laat je focussen.
Spreekt de judofilosofie jou aan?
Ja, voordat je de mat opgaat moet je altijd groeten en respect tonen voor je partner. In bv. Duitsland heb je ook nog de 'mokashu' voordat de training begint. Dan moet het stil zijn en laat je je gedachten van die dag los. Vervolgens visualiseer je voor jezelf 2 à 3 min. wat je op de training wilt doen. Dat doen wij niet en dat vind ik wel spijtig. Voor een match doe ik zelf soms wel een soort meditatietraining.
Dank en succes Sofie!

Biofood
Our Daily Life
Home & Living
Wonderen der Natuur
De Psychonaut
Wellness
Sport & Fitness
Interviews
Food +
Travel & Toerism
The Body Factory
Filip Muylle
Daniëlla Sloots
Sophie van Baarsen
Frank Fol
Geert Verhelst
Jethro Philips
Paul Liekens
Christine Pannebakker
Nicola Kersting
Bernard Lietaer
Alain Indria
Eric Pearl
Winiefred Van Killegem
Ervin Lazlo
Volkskrant 14 januari 2012: De Huilbabypoli...Een reactie van Janita Venema
Tom Monte over angst helen
Kunst voor Kinderen
1 oktober 2011: Wereld Vegetarisme Dag
OXFAM TRAILWALKER, 4de SUCCES OP RIJ
Nieuwsbrief van vzw Within-Without-Walls in 2012
