Goed isoleren is meer dan DIK ISOLEREN
VERGEET NIET OOK LUCHTDICHT EN DAMPOPEN TE BOUWEN
Paul Eykens, bestuurder van de met twee sterren VIBE-gelabelde importeur isoproC, zet nog eens de belangrijkste aandachtspunten met betrekking tot goed isoleren op een rij.
Tekst: Paul Eykens en Bert Vanderwegen (isoproC)
Isolatie functioneert veel beter wanneer ze aan de buitenzijde beschermd wordt tegen rechtstreekse inwerking van de wind. Ook wij trekken over onze dikke wintertrui een goed sluitende jas aan om de efficiëntie van de trui te verhogen. Maar dat volstaat niet. Om een gebouw luchtdicht te krijgen, moet je aan de binnenzijde van de isolatie een doorlopende luchtdichtingslaag tot in detail inplannen en vervolgens zorgvuldig (laten) uitvoeren. Dus: “Buiten winddicht, binnen luchtdicht.”
Vochtproblemen vermijden
Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum van het Bouwbedrijf (WTCB) stelt vast dat er in België bij toenemende isolatiedikte een stijgend aantal vochtproblemen is, vooral bij hellende en metalen daken. De gebruikelijke manier van werken in de traditionele bouw voldoet niet (meer). Naarmate we dikker isoleren, neemt de impact van randvoorwaarden en bouwtechnieken toe. Kleine onzorgvuldigheden in het ontwerp en in de uitvoering laten sneller van zich horen. De praktijk wijst uit dat perfect luchtdicht afwerken een probleem is in België. Luchtstromen in de isolatie geven dikwijls aanleiding tot een hogere vochtigheid binnenin de constructie, en dus een verhoogde kans op verlies van isolatiewaarde en zelfs bouwschade. Het WTCB pleit voor maatregelen en praktische aanbevelingen om op een economische en realistische manier een luchtdichte afwerking uit te voeren om vochtproblemen te vermijden. VIBE vzw stelt al jaren dat het zinvol is de waterdampstroom (die van binnenuit in muren en daken dringt) beheerst af te remmen. De waterdamp die toch in de buitenschil dringt, kan bij een dampopen buitenzijde, probleemloos ontsnappen. Bij een eerder dampdichte buitenzijde neemt de kans op vochtophoping door condensatie in de constructie toe. Zeker bij isolatiematerialen die zelf weinig vocht opnemen, kan dit leiden tot een hoge vochtbelasting voor het constructiehout. Ons advies: maak je constructie meer dampopen naar buiten toe. Een constructie is namelijk nooit droog. Ook al is de luchtdichting goed verzorgd, ze is nooit perfect.
De luchtdichtheid controleren
Hoe dicht je luchtdichting aanleunt bij de perfectie kan je nagaan door je huis in over- en/of onderdruk te brengen en te meten hoe vaak de luchtinhoud zich ververst per uur. Een ‘pressuratietest’ levert het bewijs: een krachtige WINCON-ventilator die tijdelijk wordt ingebouwd in een deur- of vensteropening, bezorgt het gebouw een drukverschil van 50 Pa ten opzichte van buiten. Daardoor is het alsof het gebouw aan een continue wind van 5 Beaufort is blootgesteld. De meeste lekken kan je opsporen met de blote hand. Bij twijfel kan je gebruik maken van een rookgaspompje of een nevelgenerator. Een BlowerDoor-ventilator is een speciale installatie die in een buitendeuropening wordt ingebouwd. Bovenop de mogelijkheden van een WINCON, kan dit toestel conform de Duitse Industrienorm (DIN) EN13.829 het luchtvolume meten dat door de ventilator stroomt. Op basis hiervan berekent het toestel het ventilatievoud n50, het aantal luchtwisselingen per uur bij een drukverschil van 50 Pa. De Belgische norm NBN D50-001 vermeldt luchtdicht bouwen als voorwaarde voor een correcte ventilatie. De norm stelt echter geen specifieke eisen aan de luchtdichtheid van gebouwen, maar geeft wel een paar richtlijnen rond het toegestane aantal luchtwisselingen per uur (het maximaal ventilatievoud n50). Bij mechanische ventilatie komen we op drie volumes per uur (in Duitsland is drie het maximum bij natuurlijke ventilatie, bij mechanische ventilatie ligt de grens op 1,5). Bij warmterecuperatie één volume per uur. Voor passiefhuizen is de maximum ventilatievoud n50 in België, in navolging van Duitsland, 0,6 luchtwisselingen per uur.
Werk aan de winkel
Metingen van het WTCB en van isoproC bevestigen dat er nog werk aan de winkel is. Zo komen er zeer dikwijls installaties voor balansventilatie met warmterecuperatie terecht in woningen en appartementen die absoluut onvoldoende luchtdicht zijn. Het systeem kan dan onmogelijk behoorlijk functioneren. Theoretisch zou de lucht doorheen alle lokalen moeten stromen doordat het systeem in de vochtige ruimten verbruikte lucht wegzuigt en op andere plaatsen verse lucht inblaast. In werkelijkheid komt het voor dat de lucht die het in de wasplaats afzuigt niet afkomstig is van de gang, maar dat deze even voordien is binnengekomen via de kier rond de aansluiting van de droogkast. Ook kan het zijn dat de lucht die het systeem inblaast in de slaapkamer alweer verdwijnt via de niet-luchtdichte scharnieren van het aluminium buitenschrijnwerk vooraleer hij de woonruimte heeft kunnen bereiken. Kortom: ondanks de investering in een gesofisticeerd ventilatiesysteem is het geenszins gegarandeerd dat er overal voldoende verse lucht aanwezig is.
De Belgische pioniers
Destijds was het de firma isofloc Ökologische Bautechnik GmbH die als eerste in Europa een BlowerDoor aankocht. Van de zeven eerste bedrijven en instellingen die een BlowerDoor aanschaften, zijn er vier actief in de ecologische bouwsector (een architectenkantoor, twee aannemers en een importeur). De overige drie zijn handelaars in ecologische bouwmaterialen, die een WINCON-ventilator ter beschikking stellen aan hun klanten. Het feit dat de ecologische sector het voortouw neemt op vlak van luchtdichting bewijst dat deze branche beseft dat ecologie niet stopt bij de keuze van een natuurlijk isolatiemateriaal. De ecologische marktspelers beseffen goed dat deze isolatie luchtdicht moet worden ingebouwd om het rendement te optimaliseren en bouwschade te vermijden. •
DAMPREMMEN, DAMPSCHERMEN EN LUCHTDICHTHEID
Te hoge vochtigheid in de isolatie kan schimmelvorming of bouwschade tot gevolg hebben. Volgens de Duitse normen is een sterk dampdoorlatend onderdak een eerste voorwaarde om in een dak onbehandeld constructiehout te mogen toepassen. Naar analogie met Duitsland, introduceerde de ecologische sector ook in de Belgische bouwwereld het begrip damprem, naast de algemene omschrijving dampscherm. Een damprem of dampscherm aan de warme zijde van de isolatie verhindert dat in de winter warme binnenlucht je constructie binnendringt, daar mogelijk afkoelt en condenseert. Dampremmen bestaan uit bouw papier, kunststoffolies enz. Dampschermen zijn bv. uit aluminium, bitumen of plastic.
Instinctief kiezen mensen meestal voor een dampscherm. Door diffusie kan hier maar zeer weinig waterdamp doordringen. Het diffusieverschijnsel kennen we ook als de luchtmoleculen die ontsnappen door een autoband of een ballon. De autoband moeten we slechts enkele keren per jaar bijpompen, een ballon loopt veel sneller leeg. Een autoband kunnen we vergelijken met een dampscherm, de ballon met een damprem. Zo zal er door diffusie ook meer waterdamp door een damprem gaan dan door een dampscherm.In de zomer is de diffusierichting dikwijls omgekeerd: het aanwezige vocht zal migreren naar de binnenzijde van de constructie. Met een dampscherm bestaat het gevaar dat het vocht hiertegen zal condenseren. Een damprem (en dan vooral een vochtgestuurde) zal daarentegen toelaten dat de constructie uitdroogt naar binnen. Zo’n vochtgestuurde damprem werkt in de winter door de lage relatieve vochtigheid als een damprem. De hoge relatieve vochtigheid in de zomer maakt hem dan weer dampopen. Maak daarom de binnenzijde niet dampdichter dan noodzakelijk. Maar waterdamp dringt de constructie ook binnen door kieren en spleten. Dit noemen we convectie. De hoeveelheid waterdamp die door diffusie in de constructie terecht kan komen, is onbetekenend ten opzichte van de hoeveelheid vocht die door convectie in de constructie komt. Een luchtdichte uitvoering is bijgevolg veel belangrijker dan de dampdichtheid. Schenk daarom de nodige aandacht aan een luchtdichte afdichting van de voegen of overlappingen en aan de aansluitingen met ruwbouw, (dak)vensters en andere aanpalende constructie-elementen. Een luchtscherm doorboren, bijvoorbeeld voor bedradingen, kan nefaste gevolgen hebben voor de isolatiewaarde van de constructie. Een beter idee is om (elektrische) leidingen in een aparte leidingenspouw te leggen.
Op de meeste werven zijn de gebreken in luchtdichtheid zo flagrant dat ze met het blote oog vast te stellen zijn: elektriciteitskabels doorheen het dampscherm, niet-afgekleefde overlappingen, ontbrekende aansluiting van dampschermen op tipgevels of dakramen enz. In zulke gevallen ontstaat zo een sterke luchtstroom dat de isolatie nauwelijks nog functioneert. Maar ook bij kleinere uitvoeringsfouten komen er al enorme hoeveelheden vocht in de constructie. Naast diffusie en convectie, mogen we ook de derde oorzaak van aanwezig vocht niet uit het oog verliezen: bouwvocht uit beton en mortel of vochtig constructiehout. Een dampdoorlatend onderdak, bij voorkeur in combinatie met een dampopen isolatie, beperkt de kans op accumulatie van vocht in de opbouw.
Met dank aan VIBE vzw

Biofood
Our Daily Life
Home & Living
Wonderen der Natuur
De Psychonaut
Wellness
Sport & Fitness
Interviews
Food +
Travel & Toerism
The Body Factory
Filip Muylle
Daniëlla Sloots
Sophie van Baarsen
Frank Fol
Geert Verhelst
Jethro Philips
Paul Liekens
Christine Pannebakker
Nicola Kersting
Bernard Lietaer
Alain Indria
Eric Pearl
Winiefred Van Killegem
Ervin Lazlo
Volkskrant 14 januari 2012: De Huilbabypoli...Een reactie van Janita Venema
Tom Monte over angst helen
Kunst voor Kinderen
1 oktober 2011: Wereld Vegetarisme Dag
OXFAM TRAILWALKER, 4de SUCCES OP RIJ
Nieuwsbrief van vzw Within-Without-Walls in 2012
