Bliss

De invloed van de magnetron op de voedselkwaliteit

De invloed van de magnetron op de voedselkwaliteit

Ter attentie van jonge ouders die het flesje moedermelk opwarmen in de microgolf. Maar ook voor andere veelgebruikers van deze merkwaardige warmtebron.

"Niet onze zintuigen bedriegen ons, doch ons oordeel." J.W. Goethe
Bovenstaand besef kan het verband verduidelijken tussen de kwaliteit van bereid voedsel en de warmtebron waarin het verhit werd. Ook het materiaal waarin voedsel bereid wordt blijkt van belang en laat ons nadenken over voeding, kleding en woning, hun productiemethoden en hun wezenlijke kwaliteit. Elk gezond-voelend mens wéét; er is iets mis met elektrisch opgewarmd voedsel. De drie volgende items verklaren ons waarom.

1. "Voedsel, gekookt in de magnetron brengt grotere risico's met zich mee dan voedsel gekookt op de conventionele manier" 

Deze conclusie trok de Zwitserse wetenschapper Hans Ulrich Hertel uit de resultaten van een door hem verricht onderzoek dat hij in '91 publiceerde. In zijn onderzoek constateerde hij bij acht proefpersonen ongezonde veranderingen in het bloed na het eten van in de magnetron bereid voedsel. Volgens hem waren sommige van deze veranderingen kenmerkend voor het begin van kanker. Een ander verschijnsel was het verlagen van het hemoglobinegehalte. Bloedarmoede dus. Nog voor Hertel het grote publiek van zijn ondervinding op de hoogte kon stellen, snoerden de Zwitserse fabrikanten en leveranciers van huishoudapparaten en een ander belanghebbende grote handelsorganisatie hem de mond. Met een expertiserapport dat uitwees dat het onderzoek van Hertel waardeloos zou zijn en door druk uit te oefenen kregen ze de rechtbank zo ver om Hertel te veroordelen tot spreekverbod. In 1998 werd het vonnis echter herzien. Het Europees hof voor de rechten van de mens besliste dat het spreekverbod in strijd is met de vrijheid van meningsuiting. Behalve een schadeloosstelling van 40.000 francs heeft Hertel nu wel de vrijheid om consumenten te waarschuwen voor de schadelijke gevolgen van magnetron. (Bron: Jonas maart 2000)

 2. "Zolang men de warmte alleen maar meetnaar calorieën en de daarbijhorende energetische waarde berekent, nodig voor het bereiken van een technisch effect,"warmte", zal men weinig kunnen beginnen met de idee van innerlijke kwaliteit van het vuur." (Rudolf Hauschka in zijn boek "Voeding" Uitg. Vrij Geestesleven, Zeist in 1951)

Men zal het dan ook absurd vinden als men bv. 100 calorieën die door een elektrische oven worden geleverd anders waardeert dan dezelfde 100 calorieën afkomstig van een houtvuur. Het verschil in warmtekwaliteit van een houtvuurtje in de haard of tegelkachel, of de warmte die tot stand komt met een elektrische kachel voelen we aan. Alhoewel de thermometer in de kamer dezelfde temperatuur aanwijst. Het verschil  in geleverde warmtekwaliteit van houtsoorten als beuk en den, zijn bij mensen die daar nog een gevoel voor hebben, gekend. Zoals bakkers die nog op houtovens bakken.

Een eerste proef

In de hiernavolgende beschouwing wordt de vergelijking gemaakt met de kwaliteit van warmtebronnen, refererend naar de kwaliteit van het product dat erdoor verwarmd werd; in dit geval gedistilleerd water. De proef omvatte de volgende bewerking: gedistilleerd water werd op verschillende warmtebronnen tot koken gebracht en zo twintig minuten in kokende beweging gehouden. Als warmtebronnen dienen elektriciteit, gas, kolen, hout en stro. Het water werd daarna afgekoeld tot 17 ° en daarna liet men tarwekiemen als testobjecten groeien, dit in porceleinen schaaltjes waarin de tarwekorrels konden kiemen. Wortelen en blaadjes beginnen te groeien. Het blijkt dat de warmtekwaliteiten, via de omweg van het water, op de plantjes als bevorderende of remmende krachten hebben gewerkt. Zo blijkt elektriciteit ongunstig te zijn, hout en strovuur het gunstigste. Nogmaals wordt bewezen dat elektriciteit altijd een verdichtende, verhardende of scleroserende rol speelt. Men kan geen heilsverwachting  leggen in het gebruik van elektriciteit buiten de dienende rollen namelijk licht en communicatie. Denk hierbij aan het effect dat een microgolfoven op onze voeding kan hebben, namelijk verwarmen door een hoogspanningsimpuls in de waterstofmolecule. Hoe ver staan we hier van het stro of hout? 

Een tweede proef

Zoals warmte de buitenste omhulling is voor spijzen, zo zijn pannen dat in engere zin. Ieder die kookt weet daarover veel uit ervaring te vertellen. Ieder heeft zo zijn  eigen lievelingspan. Geheimzinnige pannen koken namelijk zo fantastisch, snel en smakelijk, dat men werkelijk geneigd is om aan een 'wonderpan' te denken. Het is dan ook makkelijk in te zien dat de pan het kookproces wezenlijk beïnvloedt. We weten dat men met aluminium, ijzer, email, glas, aardewerk en koper verschillend goed kan koken. De pan is de buitenste omhulling van het gerecht. Inhoud en omhulling moeten bij elkaar passen. Dat geldt evengoed voor de mens en zijn kleding als tweede omhulling.

Op dezelfde manier werden daarom proeven gedaan die een beoordeling daaromtrent mogelijk maken. De potten waren van de volgende materialen: goud, ijzer, tin, koper, aluminium, glas, porselein, email en aardewerk. Een curve toont aan dat goud verreweg het beste zou zijn. Dit herinnert aan de sprookjes waarin het eten uit gouden borden, met gouden lepeltjes, wordt gezien als een bijzondere genade. De proef werd ook gedaan in relatie met de roerstokken. Een houten lepel volgde op een gouden lepel. Hout is immers het materiaal dat door de zon gegroeid is. Dat aluminium volgens de bovenvermelde proeven het slechtste uit de bus komt is weer niet verwonderlijk. Immers, dit zogenaamde metaal, wordt in elektrische ovens gewonnen uit klei; dit is echter een enorm gewelddadig proces waarin de klei wordt gedwongen in een verschijningsvorm, waarmee hij niets te maken heeft namelijk een schijnbaar metaal. Aluminium is eigenlijk geen metaal, maar een soort aarde, functioneel beschouwd. Hoe dicht staat een pot in aardewerk of porselein bij de natuur in vergelijking met aluminium?

Besluit

Uit de bovenaangehaalde proeven is zonder moeite de link te leggen naar onze derde omhulling; onze derde huid, de woning. Het is duidelijk dat een dergelijk verhaal ook over onze tweede omhulling; kleding kan gedaan worden. Als we over de oorsprong en fabricatieprocessen oordelen van natuurlijke of synthetische stoffen met name zijde, katoen, wol, linnen enerzijds of nylon of dralon anderzijds. In de veronderstelling dat de bewoner van een woning van natuurlijke origine is, zoals het gerecht dat in de pan verzameld wordt, in principe ook van natuurlijke oorsprong moet zijn, kan deze vergelijking ons bevestigingen geven van de principes van het bio-ecologisch bouwen. Tendensen zoals woningen  in blik, metaal of kunststof en 'dode beton architectuur' zijn hiermee in een kwaliteitscurve geplaatst. Glas is ook een eerste synthetische materiaal en het teveel aan glas in een woning kan onze woning nadelig beïnvloeden. Hoe dichter we bij het aardewerk komen, hoe hoger de kwaliteit hiervan, getuigen leembouw en baksteenbouw, maar ook houtbouw. Het goud even terzijde gelaten. Nochtans vinden we in de sacrale architectuur het gebruik van goud terug, als bladgoud. We spreken dan van edelmetalen. Een nieuwe term in het bio-ecologisch bouwen zou "edelmaterialen" kunnen zijn.

Wat geldt voor de energiebronnen en hun kwaliteiten en het gebruikte kookmateriaal en hun kwaliteiten geldt ook voor de bouwmaterialen en hun productieprocessen. Hoe verder een materiaal van zijn oorspronkelijke staat wordt gebracht door productieprocessen, hoe meer het "ontscheppen" ervan een feit wordt als tegenbeeld van scheppen. Het materiaal wordt 'levenloos', wat een dalende kwaliteit tot gevolg heeft. Het verwerken van materialen uit dit rijk van de 'ondernatuur' brengt mee dat de mens, als vierde element in het minerale, het planten-, het dieren- én het mensenrijk, ontzettend veel verwerkingsenergie moet opbrengen om deze materialen "de baas te kunnen", "te verteren". In plaats van in een woning tot jezelf te komen komt men in een vijandig milieu, dat energie vraagt en niet geeft. Zo is de cirkel: natuurlijk voeden, kleden en wonen weer rond.

Tekst: Mark Depreeuw - Architectenatelier archi 4 - Architect Bouwbioloog 

Foto's

 
Top
 

Bliss cover mei 2012

Bliss cover mei 2012

Kalender:

 
Week Ma Di Wo Do Vr Za Zo
18   1 2 3 4 5 6
19 7 8 9 10 11 12 13
20 14 15 16 17 18 19 20
21 21 22 23 24 25 26 27
22 28 29 30 31      
Alle evenementen

Deze maand in Bliss

  • Array

    Scheren: van barbaar(d)se marteling tot streelzacht ritueel

    Voor de oerman die begon met zijn haargroei te verwijderen was dit karweitje alles behalve pijnloos en aangenaam. Scherven van vuursteen, schelpen of splinters van ...

    Lees meer
  • Array

    Bruce Lipton: revolutionair celbioloog

    Dr. Bruce Lipton, celbioloog, wordt beschouwd als dé vertegenwoordiger van de 'nieuwe biologie'. Zijn grote doorbraak kwam met zijn studies over de celmembraan, waaruit bleek ...

    Lees meer
  • Array

    Goede vibes in een oude villa

    Plots stopt er een wagen. Een dame stapt uit en loopt mij tegemoet. Ze zegt: “Dank u wel mevrouw voor al de goede zorgen. Ik ...

    Lees meer
  • Array

    Biodynamische craniosacraal therapie

    Craniosacraal lichaamswerk ontstond zo’n 110 jaar geleden vanuit de osteopathie, met dank aan de Amerikaan William Sutherland. Aanvankelijk kwam hij tot de vaststelling dat de ...

    Lees meer
  • Array

    De schorseneer

    Schorseneer, Scorzonera hispanica, is een plant uit Midden- en Zuid-Europa en de Kaukasus. Zij bloeit met citroen- gele bloemhoofdjes.

    Lees meer
  • Array

    Vlees en het effect op de gezondheid

    Gevarieerde voeding is belangrijk. Dat weten we nu wel. Fruit, groenten, peulvruchten, zaden, noten, het liefst allemaal biologisch, voldoende water etc. vormen de basis voor ...

    Lees meer